Het overlijdensbericht van Harry Mulisch vorige maand was eigenlijk wel een mooi punt om er een punt achter te zetten. Dat doen we dan ook.
1. Het blijft frustrerend dat iedereen, altijd en overal op de niemendalletjes van andere mensen loopt te reageren en jouw meesterwerkjes links laat liggen. Als ze niet op anderen reageren zijn ze niet vooruit te branden en blijven ze alleen maar op hun eigen log hangen.
2. Iedereen denkt ook maar dat bloggen is uitgevonden om ruzie te trappen, vage dingen te verkopen, het woord Gods te verkondigen of om iets van het andere geslacht te versieren.
3. Alle leuke medeloggers van het eerste uur zijn er zo'n beetje mee gestopt. Mensen van niveau zijn nog op een haartje te tellen op punt en als ik op de portal kijk dan lijkt het af en toe alsof ik een kijkje neem in een kleuterklas, de tips om maar zoveel mogelijk af te vallen tot er niets overblijft van je dan een zak met botten in een Chanelpakje zijn niet meer te tellen en van de baby,honden- en kattenlogjes word ik ook onpasselijk.
4. Sinds ik niet in de eindtijd leef, of althans niet denk dat ik in de eindtijd leef, is er buiten het bloggen om ook nog genoeg te beleven in de echte wereld.
5. Ik had toch altijd al een hekel aan iedereen dus hoef ik me nu niet meer aan jullie te ergeren....
Zondagochtend 11 uur, de radio staat aan zoals op
elke zondagochtend. Het nieuws opent met het bericht dat Harry Mulisch
is overleden deze berichtgeving duurde ruim een kwartier. Normaal als
een schrijver of schrijfster sterft dan duurt het een halve minuut, als
het een groot artiest was dan misschien 2 minuten, nooit meer dan 5. Normaal doet men dit alleen voor een groot staatsman, of een vorstin.
Toen Koningin Juliana stierf duurde het nieuwsbericht nog langer en werd
steeds herhaald. Dit had er veel van weg, alsof de onderkoning van
Nederland ons is ontvallen.
"Daarna hadden het huis en het uitzicht hun volmaaktheid verloren, "zoals een mooi gezicht ontsierd wordt door een litteken"
Mulisch heb ik ontdekt toen ik ver weg in de jaren
90 op de middelbare school de Aanslag las. Ik werd er meteen door
gegrepen. Later heb ik nog een hele rij boeken van hem gelezen, met als
hoogtepunt misschien wel zijn laatste werk Siegfried, waarin hij naast
het creëren van een zwarte idylle over de zoon van Adolf Hitler en Eva
Braun, zijn dood als schrijver afkondigde door de hoofdpersoon, de
schrijver die onderzoek doet naar het kind van de Hitlers, te laten
overlijden voor hij het één en ander wereldkundig heeft kunnen maken. In
die hoofdpersoon herkende ik Mulisch zelf. De laatste 10 jaar van zijn
leven is er dan ook geen (nieuw)boek meer verschenen, alsof het klaar
was, volbracht.
Nu is het dan afgelopen, met de man die vergeleken met Homeros, Milton
en Dante, onsterfelijk werd gewaand. Onsterfelijk was hij niet, althans
niet fysiek, zoals hij ook fysiek al jaren geen 17 meer was, maar
onsterfelijk blijft hij wel in de Nederlandse literatuur en bovenal in
de landelijke media onsterfelijk blijft zijn geest, die zoals veel
geesten van overleden kunstenaars, bohemiens en excentriekelingen voor eeuwig met Amsterdam
en daarmee Nederland verbonden blijft.
Harry Mulisch gaat nu de hemel ontdekken. Rust in Vrede